Beginpagina > Je bent wat je eet > Natuurlijke voedingscomponenten > Gifstoffen > Aflatoxine

Aflatoxine

maandag 14 november 2005, door wim

Mensen maken zich vaak zorgen over kleurstoffen en bewaarmiddelen in hun voeding. Natuurlijke gifstoffen komen echter ook voor. Gelukkig is onze voedselwetgeving tamelijk streng en wordt er veel gecontroleerd. Toch komen er wereldwijd nog steeds ongelukken met aflatoxines voor. Soms uit hongersnood, maar soms ook uit onwetendheid.

Aflatoxine werd in 1960 ontdekt in Engeland tengevolge van de "Turkey Disease". De grote sterfte onder de kalkoenen werd veroorzaakt door met aflatoxine besmet pindameel uit Brazilië.

Aflatoxine Producerende schimmels

Aflatoxines worden geproduceerd door de schimmels Aspergillus flavus en Aspergillus parasiticus.

Een aflatoxine is een cumarine, scheikundig gezien. Sommige aflatoxines worden rechtstreeks geproduceerd door de schimmel, andere worden door je eigen lichaam aangemaakt uit stoffen die de schimmel produceert.

Aflatoxines worden onderverdeeld in groepen zoals B1, B2, G1 en G2. De "B" of "G" staat voor groen of blauw oplichten bij testen met UV-licht. Aflatoxine M1 wordt geproduceerd door koeien die met aflatoxine B1 besmet voer kregen. Aflatoxine B1 (C17H12O6) is het meest voorkomend. Het is een licht gelige kristallijne stof die licht- en luchtgevoelig is.

Voorkomen

A. Flavus en A. parasiticus komen overal voor. Ze zijn vooral in de bodem aanwezig. De hoeveelheid toxine die ze produceren hangt in sterke mate van de klimatologische omstandigheden af. Een hoge vochtigheid en hoge temperatuur zijn ideaal.

De aflatoxines in je eten komen van minder geslaagde bewaarprocessen van bv. granen, gecombineerd met warm en vochtig weer bij het vullen van de silo’s. Produkten waar aflatoxines in voorkomen zijn: granen, rijst, maïs, gemalen amandelen, gemalen nootmuskaat, pistaches en vijgen, etc, maar soms ook in nieren en lever. De nummer één vandaag is echter ongetwijfeld maïs, gevolgd door pistache noten.

Daarnaast is er nog de aflatoxine M1 in melk. Gemiddeld is 1 tot 2% van het door de koe geconsumeerde B1 in de vorm van M1 in de melk terug te vinden. Dit melktoxine komt zelden voor tijdens de zomer omdat koeien dan gras eten, maar wel in de winter, wanneer de koeien industrieel samengesteld voer en hooi krijgen. Ook artisnaal geoogst hooi loopt echter hetzelfde risico en dat wordt alleen voorkomen doordat de boer weet bij welk weer hij mag hooien.

Risico’s

Aflatoxine, B1 in het bijzonder, is een sterk gif voor micro-organismen, dieren, planten en mensen. Het innemen ervan leidt tot acute vergiftiging (aflatoxicosis).

Er zijn twee soorten vergiftiging door aflatoxines:

Acute aflatoxicosis. Dit treedt op wanneer er één keer voedsel met een hoog gehalte aan aflatoxine wordt gegeten. De gevolgen hiervan zijn binnen 36 tot 48 uur na consumptie merkbaar. Symptomen kunnen onder andere braken, longoedeem, buikpijn, coma en stuiptrekkingen met de dood tot gevolg zijn.

Chronische aflatoxicosis. Dit komt voor wanneer er gedurende langere tijd voedsel wordt gegeten met een relatief lage dosis aflatoxine. De effecten hiervan zijn meestal moeilijk te herkennen. Wel wordt dit geassocieerd met symptomen als onvolledige vertering van voedsel en groeiachterstanden.

Langdurige blootstelling aan relatief lage concentraties aflatoxine vergifigt je niet alleen langzaam, het veroorzaakt vermoedelijk ook kanker. In eerste instantie moet je hierbij denken aan leverkanker. Het is immers je lever die de aflatoxines gaat opslaan en afbreken.

Wetgeving

Aflatoxine is een uiterst kankerverwekkende stof. Daarom moet aflatoxine in principe in levensmiddelen volledig afwezig zijn. Gelet echter op de economische gevolgen en mogelijke voedselschaarste in sommige landen, wordt de aanwezigheid van kleine hoeveelheden aflatoxine getolereerd. In India bijvoorbeeld is de limiet voor aflatoxine gesteld op 30 µg/kg. Voor België en Nederland is dit 5 µg/kg voor B1 en minder dan 10 µg/kg in totaal voor de andere aflatoxines, B2, G1 en G2 samen. Dit is vastgelegd in verordening 466/2001 (pdf).

Voor zuivelproducten liggen deze limieten anders, aangezien deze vooral door zuigelingen en kinderen worden geconsumeerd. In de VS bedraagt de limiet 500 ng/kg. Zwitserland hanteert nog strengere normen: 50 ng per liter melk, 10ng per liter zuigelingenmelk en 250 ng per kilo kaas. De concentratie in kaas ligt wat hoger, omdat kaasbereiding natuurlijk de aflatoxines uit melk gaat concentreren. Voor België en Nederland mag het gehalte aan M1 in melk tot 50 ng (0,05 µg)/kg bedragen.

Dit artikel beantwoorden