Homepagina > Ingrediënten > Groenten > Peulvruchten > Bonen [Phaseolis vulgaris]

Bonen [Phaseolis vulgaris]

vrijdag 14 mei 2004, door wim

Bonen bestaan in vele soorten, van zeer dun en donkergroen, tot vrij groot en lichtgroen over wit, rood en bruin. De droge witte en bruine boon, de kievitsboon, sperziebonen, prinsessenbonen, slabonen, herenbonen, spekbonen en snijbonen horen allemaal tot deze soort. En dit zijn eigenlijk alleen de hier verbouwde variëteiten. Ook "flageolets" zijn eigenlijk van deze soort, maar hier wordt vaak tuinboon verkocht onder die naam. En dan zijn er ook nog bonen zoals pronkbonen die vooral als veevoer gebruikt worden.

Bonen zijn afkomstig uit Amerika en daar vind je nog enkele tientallen soorten die je hier bijna nooit zal zien. P. calcaratus of rijstboon, P. lunatus of limaboon, P. mungo of moengbonen, P. aconitifolius, P. aureus en P. acutifolius zijn er enkele van.

De grotere soorten hebben over ’t algemeen een langere gaartijd. Verse groene bonen die met de peul gegeten worden, zoals sperziebonen, kan je best eerst blancheren en vervolgens stoven.

Droge bonen hoor je te weken voor je ze kookt. Vanwege de lange kooktijd zijn ze heel wat minder populair dan vroeger, maar peulvruchten zijn nog steeds een onmisbaar deel van je basisvoeding. Na het koken kan je ze zo eten, of pureren.

100 g bonen bevatten ongeveer 0,6 mg vitamine B1, 0,1 mg B2, 2 mg B3, 0,35 mg B6, 0,1 mg vitamine C en leveren ongeveer 1100 kilojoule aan energie.

Sperziebonen en snijbonen bevatten ook nog vitamine A en vitamine C, maar minder vitamine B-complex. Sperziebonen leveren 150 kilojoule en snijbonen 75 kilojoule aan energie.

De meeste boonsoorten bevatten ook nog inositol en allerlei essentiële aminozuren, waaronder fytohematoglutine. Ze bevatten ook een klein beetje diacetyl, vooral de gele "boterboontjes".

Dit artikel beantwoorden