Homepagina > Ingrediënten > Vruchten > Noten > Djangsang noten [Ricinodendron heudelotii]

Djangsang noten [Ricinodendron heudelotii]

dinsdag 17 februari 2009, door wim

Djangsang of njansang noten komen uit West Afrika. Men vindt deze snelgroeiende bomen vooral in het wat vochtigere deel van het tropisch woud, van Guinée tot Angola en tot Oeganda in het Oosten. Ze worden tot 50 m hoog, alhoewel ze niet altijd die hoogte bereiken. Eén van de redenen daarvoor is de gevoeligheid voor termieten. Het hout is zeer licht en wordt wel eens als vervanger voor Balsa hout gebruikt. Er worden ook uitzonderlijk goed klinkende trommels en andere instrumenten van gemaakt.

Ricinodendron heudelotii boom {JPEG}

Plaatselijke namen voor deze boom zijn: Munguella (Angola), Essessang (Kameroen), Bofeko (Zaïre), Wama (Ghana), Okhuen (Nigeria), Kishongo (Oeganda).

De noten zijn eigenlijk gewoon zaden, en worden gemalen tot een typische specerij. Ze zorgen ook voor een zekere dikking van de stoofpotjes en de sauzen die ermee bereid worden, want ze bevatten tamelijk wat zetmeel. Ze worden voornamelijk in ’t wild verzameld, alhoewel deze boom ook aangeplant wordt. Maar stilaan begint het verzamelen invloed te hebben op het aantal wilde bomen. Ontbossing is daarbij nog een belangrijke oorzaak waarom deze boom stilaan bedreigd wordt.

Blad en vrucht {JPEG}

Uit de zaden wordt een hoogwaardige olie geslagen, die plaatselijk gebruikt wordt om mee te koken.

Heel de boom kent allerlei medicinale toepassingen. De bast wordt in Kameroen gebruikt vanwege de regelende eigenschappen bij zwangerschap. Ook als laxatief wordt de bast ingezet. Maar ook van de wortels worden allerlei bereidingen gemaakt, o.a. tegen slapeloosheid. In Ivoorkust worden ze dan weer aangeraden als afrodisiacum, in Nigeria als geneesmiddel tegen gonorroe. Bij wetenschappelijke testen van extracten van de schors bleken die veel werkzamer tegen sommige bacteriën dan veel antibiotica. Vooral Enterococcus faecalis bleek zeer gevoelig voor de schorsextracten.

Deze zaden bevatten 20 tot 30% olie, en ook zetmeel (10 tot 25 %) en maar weinig suikers (0,5 tot 1 %). Er zit ook een kleine hoeveelheid van een giftig hars in, dat echter in de geperste olie niet voorkomt. Mogelijk is dit hars verantwoordelijk voor sommige geneeskrachtige effecten.

De olie bevat:
- Palmitinezuur 12 g/100g
- Stearinezuur 13 g/100g
- Oleïnezuur 15 g/100g
- Linoleïnezuur 60 g/100g

In Gabon, Kameroen en Zaïre groeit een kleine witte paddenstoel, dibindi (in de Eshira taal) op afgestorven stronken van Ricinodendron africanum, een ondersoort. Deze worden verzameld en op lokale markten verkocht.

In Zaïre plant men Ricinodendron heudeloti bomen om Mvinsu motten (Imbrasia epimethea) aan te trekken. De rupsen worden later geoogst om te eten.

Voor wie een wetenschappelijke "stand van zaken" van deze soort wil, vindt bij CARPE (Central African Regional Program For The Environment) deze pdf van Kristina Plenderleith.

Dit artikel beantwoorden