Homepagina > Je bent wat je eet > Voedingsadditieven > E968 Erythritol

E968 Erythritol

vrijdag 10 juni 2016, door wim

Erythritol, een polysaccharide, komt van nature in fruit (meloen, peren en rozijnen) en gefermenteerde voedingsproducten voor. Daarbij denk je dan aan Japanse sake, wijn, sojasaus en miso. De concentraties zijn echter zeer laag, zo’n 0,10 tot 0,30% % ongeveer.

De stof werd voor het eerst beschreven door de Schot John Stenhouse in 1848.

Scheikundig gezien is het een alcoholsuiker, die veel in snoep gebruikt wordt als zoetstof. Het wordt minder in een zuur omgezet dan gewone suiker en bederft dus minder snel je gebit.

Een overdreven consumptie kan wel tot diarree leiden omdat het ook water aan je darmen onttrekt en zo de darmflora ontregelt. Het is ook enigszins allergeen en veroorzaakt bij sommige mensen misselijkheid.

Erythritol is minder goed oplosbaar en kristalliseert makkelijker dan gewone suiker. Daardoor wordt het meestal gebruikt om de smaak van andere suikervervangers te verbeteren. Vaak komt het voor in combinatie met sucralose, inuline en/of stevioside.

Erythritol is niet hygroscopisch is en daardoor minder geschikt voor gebak, dat sneller uitdroogt.

Doordat het bij oplossen in water warmte aan zijn omgeving onttrekt, geeft het een fris gevoel en het wordt dus vooral in kauwgom en muntjes toegepast. Ook in chocolade komt het wel voor, maar doordat het de "vettigheid" in cacao boter of kokos versterkt, vooral in ijsbereidingen.

De zoetkracht is ongeveer 60 tot 70% van die van gewone suiker en de smaak is zeer neutraal zoet. De energie waarde is maar 5% van gewone suiker.

Industrieel wordt het aangemaakt met behulp van een gistcultuur, Moniliella pollinis of Trichosporonoides megachilensis, vertrekkend maïs- of tarwezetmeel.

Vroeger had het product ook nogal wat andere namen, die nog wel eens op etiketten voorkomen: erythrol, erythiciet, erythoglucine, eryglucine, erythromaniet en phyciet. In de scheikunde staat het ook bekend als "tetrahydroxybutaan".

Dit artikel beantwoorden