Homepagina > Ingrediënten > Vruchten > Japanse pompoen, Hokkaido pompoen, Kabocha [Cucurbita maxima]

Japanse pompoen, Hokkaido pompoen, Kabocha [Cucurbita maxima]

maandag 3 september 2007, door wim

Kabocha (hiragana: かぼちゃ) of Japanse pompoen, is in zoverre bijzonder dat hij moet narijpen. Tijdens dit proces gaat het van het soort harde, stevige, meelachtige oranje vruchtvlees dat we kennen van een gewone pompoen naar een veel zachtere, roodachtige maar ook veel zoetere variant. Van textuur en smaak lijkt het dan wel op yam. Van de Hokkaido pompoen, die eerder kastanje achtig smaakt, is zelfs de schil eetbaar.

Kabocha pompoen {JPEG}

De pompoen is eerder klein, zo’n anderhalve kilo en heeft een dikke donkergroene of oranje (Hokkaido pompoen) schil. Door het narijpen is hij op z’n best in september tot november, zo’n drie maanden na het oogsten. Botanisch is het dezelfde soort als gewone pompoen.

Hokkaido pompoen {JPEG}

Het is een veel voorkomend ingrediënt in de Japanse tempura (fondue in olie of bouillon).

Oorspronkelijk komt pompoen van Amerika. Hij werd hier ingevoerd door de Spanjaarden en is pas sinds het einde van de zestiende eeuw bekend in Japan.

Japanse pompoen is rijk aan beta caroteen, ijzer, vitamine C, kalium en een beetje calcium en foliumzuur.

Het rijpingsproces

Kabocha pompoenen blijven dertien dagen in een warme omgeving (ongeveer 25 ° C). Het in de pompoen aanwezige zetmeel wordt omgezet in suikers.

Dan worden de pompoenen minstens een maand in een koele ruimte opgeslagen (zo’n 10 ° C). Nu ontstaat de zoete, geurige, lichtrode en heel typische kabocha meloen.

Afbeeldingen zijn eigendom van Wiki Media Foundation.

Dit artikel beantwoorden