Homepagina > Ingrediënten > Vruchten > Fruit > Java pruim, Jambolan [Syzygium cumini]

Java pruim, Jambolan [Syzygium cumini]

vrijdag 27 april 2012, door wim

De jamoen Syzygium cumini, syn. Eugenia cumini is een familielid van mirre en Java appel. En net zoals mirre, is deze boom sterk aromatisch. De bladeren ruiken naar terpentijn.

Het is een snelgroeiende, groenblijvende, tot 30 m hoge boom die vaak meerdere stammen heeft en een brede kroon vormt. De sterk geurende bloemen zijn trechtervormig en wit tot roze van kleur. De ronde of langwerpige vruchten groeien in trossen van enkele tot wel vijftig stuks. Ze worden 2 tot 5 cm groot. Onrijp zijn ze groen, later roze en helemaal rijp donkerpaars tot bijna zwart. De schil is glad en glanzend. Het sappige vruchtvlees is paars of wit, met een smaak die varieert van zuur tot zoet. De vrucht heeft een langwerpige, groene of bruine pit.

JPEG

Ze kunnen rauw worden gegeten, maar er wordt ook saus, sap en jam van gemaakt. Het sap veroorzaakt vlekken die moeilijk te verwijderen zijn en kleurt je tong paars. De vruchten bevatten 14 mg natrium, 79 mg kalium, 17 mg fosfor, 15 mg magnesium, 0,19 mg ijzer, 19 mg calcium, 0,9 μg vitamine A, 6 μg vitamine B1, 12 μg vitamine B2, 260 μg vitamine B3, 160 μg vitamine B5, 38 μg vitamine B6, 14.300 μg vitamine C per 100 g vruchtvlees.

De boom levert ook hoogwaardig hout. Het is hard en zeer waterbestendig en wordt daardoor voor dwarsliggers voor de spoorwegen gebruikt. De pitten worden gebruikt in traditionele Aziatische geneeskunde.

De jambolan komt van nature voor in India, Sri Lanka, Myanmar en de Andamanen. De plant is geïntroduceerd in tropische gebieden in Zuidoost-Azië, Australië, Zuid-Amerika, de Caraïben en Hawaï. In Suriname noemt men deze vrucht Djamoen. En in Brazilië Jambolão. Hij is hier ook plaatselijk verwilderd nadat hij door Portugese veroveraars geïntroduceerd werd.

Dit artikel beantwoorden