Homepagina > Ingrediënten > Suiker en ander zoets > Noga, nougat

Noga, nougat

vrijdag 25 september 2009, door wim

Montélimar in de Provence is de bakermat van de noga zoals wij kennen. De oorsprong van noga is echter veel ouder, tot in het Byzantijnse Rijk zijn hiervan sporen teruggevonden. Algemeen kan men stellen dat alle landen rond de Middellandse Zee en in het Midden-Oosten wel een variant van noga kennen. Vandaag heet het er "halva".

Noga komt van het Franse woord "nougat". Dit woord komt dan weer uit het latijn nux gatum en dat betekent "notentaart". In Spanje wordt de harde noga (turrón) vooral met kerstmis gegeten. In Italië is noga dan weer bekend als torrone. Het woord Nougat wordt in Duitsland, Oostenrijk en centraal-Europese landen zoals Polen en Tsjechië gebruikt voor hazelnootpasta (choco) of -praliné, en dit kan verwarring veroorzaken.

Er bestaan verschillende recepten om noga te maken, al is het niet eenvoudig zelf uit te voeren. Door de hoge kooktemperatuur van de suiker vereist het enige ervaring in de keuken.

De basis ingrediënten van noga zijn: honing, suiker en geroosterde noten (amandelen, okkernoten, hazelnoten of pistachenoten).

Verder wordt er vaak ook nog gekonfijt fruit aan toegevoegd. Noga kan ook bedekt worden met een laagje chocolade, of gebruikt worden in roomijs of gebak.

1 Bericht

Dit artikel beantwoorden