Homepagina > Ingrediënten > Vis > Schaal- en schelpdieren > Oesters [Ostrea, Crassostrea spp]

Oesters [Ostrea, Crassostrea spp]

donderdag 6 mei 2004, door wim

Bekende tweekleppige. Wordt vooral rauw gegeten, maar kan gepocheerd en zelfs gebakken worden. Meestal rauw geserveerd met citroen en peper. Ze zijn op hun best van maart tot april, want dan is het water rijk aan lenteplankton. Begin mei "melken" de oesters en zijn ze niet meer lekker. Dit melken gebeurt als ze ei- en zaadcellen meegeven aan het water.

Ostrea edulis

Vroeger was vooral Ostrea edulis, de platte oester populair, maar door ziektes en parasieten is deze bijna uitgeroeid. Alleen in de Thames, ter hoogte van Londen, aan het Mersea-eiland, worden nog oesters van deze soort verzameld. In de UK vindt je die soms in de handel als "Colchester Oysters".

Enkele decennia geleden werd ook wel Crasotrea angulata, of Portugese oester gegeten, maar die is helemaal uitgestorven.

Crassostrea angulata

Vandaag wordt vooral Crasotrea gigas, de bolle Japanse oester aangeboden. Die wordt van Zweden tot Mauretanië gekweekt voor onze markt.

Crassostrea gigas

Als deze schelpdieren door toedoen van algengroei groen worden, worden ze in de handel raar genoeg aangeboden als "rouge". Met een vleesgehalte groter dan 6,5% heten ze "fine" en boven 10,5% "spéciale".

Ondertussen is ook een "triploïde" oester ontwikkeld. Die geeft meer oestervlees, maar is onvruchtbaar. Deze oester kan dus ook in mei nog geoogst worden.

Oesters serveer je eenvoudig, rauw, met citroen en versgemalen zwarte peper. Puristen hoeven zelfs dat niet. Je kan ze echter ook pocheren, bv. in Champagne, roosteren of stoven. In Azië maakt men er zelfs oestersaus van.

1 Bericht

Dit artikel beantwoorden