Homepagina > Ingrediënten > Kruiden > Vergeten kruiden > Oosterse karmozijnbes [Phytolacca esculenta]

Oosterse karmozijnbes [Phytolacca esculenta]

woensdag 22 juli 2015, door wim

De oosterse karmozijnbes komt uit Azië en is hier lang geleden ingevoerd en verwilderd. Het is een overblijvende plant die de voorkeur geeft aan voedselrijke, vochtige bodem. Hij wordt tot 2 m hoog en vormt een dikke hoofdwortel. De stengels zijn roodachtig. De plant bloeit in juli en augustus met witachtige bloesems, die resulteren in zwartpurperen bessen.

JPEG - 606 kB

In Azië worden de jonge scheuten gegeten. Ze zijn er vaak op de markt te vinden en worden lokaal als groente geteeld. De bladeren worden gekookt en het kookwater wordt weggegooid, omdat ze nogal veel saponines bevatten. Ook de goed rijpe bessen zijn eetbaar.

De bessen werden vroeger gebruikt om de roserode verfstof karmozijn te maken. De zaden, de onrijpe bessen en de wortels zijn giftig. Ze bevatten Phytolaccagenine. Dit veroorzaakt krampen, misselijkheid en is dodelijk bij hogere doses. Ze bevatten echter ook saponines, waarvan vele ant-virale en schimmelwerende werking tonen.

Het sap van de rijpe bessen werden hier ook wel gebruikt om minderwaardige wijn bij te kleuren. De wortel werd gebruikt bij de bereiding van sake. De plant werd in China al rond 1000 jaar voor Christus gebruikt als voeding en geneesmiddel. De zaden werden bv. ingezet als ontwormingsmiddel. De wortel werd net als Belladonna gebruikt.

JPEG - 451 kB

Synoniem: Phytolacca acinosa

Andere namen:

Indian pokeweed (Engels), Phytolaque d’orient, Phytolaque à dix étamines (Frans), Indische Kermesbeere, Essbare Kermesbeere (Duits).

Dit artikel beantwoorden