Homepagina > Ingrediënten > Vruchten > Wilde vruchten > Sneeuwpeer [Pyrus nivalis]

Sneeuwpeer [Pyrus nivalis]

donderdag 24 december 2015, door wim

Pyrus nivalis komt van nature voor van Zuid-Europa tot Azië, en aangeplant in Frankrijk, in de Apennijnen, Centraal Europa, Oostenrijk, de Balkan en Roemenië. De kleurrijke boom wordt tot 10 meter hoog en zo’n 8 meter breed. Gekweekte exemplaren worden tot 20 meter hoog en erg breed. Deze boom wordt tegenwoordig meer als sierplant gezet dan voor de fruit productie. In de fruithandel kom je deze peer niet tegen. De soort zou in de natuur bedreigd zijn.

De peer is 3 tot 5 cm groot, groen-geel met soms paarse vlekjes. Ze rijpen laat en worden pas geplukt na de eerste sneeuw en vorst, vandaar ook de naam sneeuwpeer.

In tegenstelling tot andere peren, kan deze peer niet rauw gegeten worden. De smaak is eerder zuur en een beetje bitter. In het Oostenrijkse natuurpark Pöllau vallei wordt deze oude soort terug aangeplant en van de peren wordt een gegeerde brandy gestookt. In Engeland, Frankrijk, Polen en Zweden maakt men er perenwijn (een soort cider) van. Ook in Azië wordt er een gefermenteerde drank van gemaakt, Yukinashi (sneeuwwitje).

In de achttiende eeuw was deze peer ook populair in België, waar toen een ware peren rage heerste. Iedereen kweekte wel één of ander perenras. In één eeuw kwamen er meer dan duizend cultivars bij, waaronder een aantal afgeleid van Pyrus nivalis.

JPEG

Deze peer bevat tannine.

Andere namen:

Snow pear, Alpine pear , Snow tree (Engels), Hirschbirne (Duits)

Dit artikel beantwoorden