Homepagina > Ingrediënten > Vruchten > Surinaamse wilde augurk, distelkomkommer [Cucumis anguria]

Surinaamse wilde augurk, distelkomkommer [Cucumis anguria]

vrijdag 27 november 2009, door wim

Dit is een relatief onbekend familielid van de gewone komkommer, C. sativus. Cucumis anguria, wordt ook West Indische augurk, Burr augurk of Burr komkommer, badunga en cohombro genoemd. Hier worden ze door tuiniers wel eens aangeduid als sierkomkommer.

De vrucht van deze éénjarige klimplant is zo’n 4 tot 8 cm lang, 2 tot 4 cm dik en heeft een stekelig oppervlak. De oorsprong is niet met absolute zekerheid gekend maar is vermoedelijk Afrikaans. Een echt wilde vorm is nooit gevonden. Ze zijn nu vooral populair in Brazilië, als "Maxixe" of “Maxixe do Norte” en in sommige delen van Azië. Ze worden ook in Afrika, de USA en Australië gekweekt, maar op zeer kleine schaal, hoofdzakelijk door enthousiaste tuiniers. In de UK werden ze al in de zeventiende eeuw gekweekt, maar ook daar zijn ze nu zo goed als verdwenen.

JPEG

Alhoewel dit de originele augurk is, zijn ze nu culinair wat minder interessant, want de smaak is net als een gewone komkommer maar wat sterker en ze bevatten vele grote zaden, wat het eten ervan bemoeilijkt. De vruchten bevatten ook olie, met een nootachtige smaak. Ze worden meestal ingelegd op azijn, wat de zaden makkelijker verteerbaar maakt. Daarbij absorberen ze veel meer azijn dan de kleine komkommersoorten die men daar vrijwel overal voor gebruikt. Ook de bladeren worden gestoofd of rauw plaatselijk gegeten.

Je zal ze niet in de groentenhandel vinden, maar de zaden zijn wel makkelijk te vinden bij de betere zaadhandel.

Gedroogd en gemalen worden de zaden gebruikt om ongedierte te bestrijden. Net ontkiemde zaden zijn giftig.

Dit artikel beantwoorden