Homepagina > Ingrediënten > Kruiden > Vergeten kruiden > Wilgeroosje [Chamerion angustifolium]

Wilgeroosje [Chamerion angustifolium]

zondag 8 maart 2015, door wim

Wilgeroosje is een inheemse, overblijvende, kruidachtige plant uit de teunisbloemfamilie. De soort komt in bijna heel Europa en Azië voor, van Spanje tot op IJsland. Alleen in Portugal ontbreekt ze. Verder komt ze voor op Groenland en in Noord-Amerika.

De rechtopstaande stengels zijn dicht bebladerd en niet vertakt. Ze worden tot anderhalve meter hoog en hebben langwerpige bladeren die op die van een Wilg lijken. De plant vormt vertakte wortelstokken, waaruit nieuwe planten kunnen ontstaan.

De plant bloeit van juni tot in augustus. De kelkbladen zijn rood tot donkerpaars gekleurd. De pluizige zaadjes worden door de wind verspreid. Na een bosbrand is het een van de eerste planten die opkomt, wat aanleiding was tot de Engelse naam fireweed.

De jonge bladeren en jonge scheuten kunnen als spinazie of asperges klaargemaakt worden. Ook de bloemen zijn eetbaar, maar ze hebben niet veel smaak. Vroeger werd er van de gedroogde bladeren ook thee gezet. In Rusland is die thee zelfs nog in dehandel als "Koporye thee" (Копорский чай). In Alaska maakt men snoepjes, siroop en zelfs roomijs van Wilgeroosje.

In de Oostenrijkse volksgeneeskunde was Wilgeroosje een middel dat ingezet werd bij aandoeningen van de urine wegen en de prostaat.

De plant bevat veel [vitamine C-816] en pro-vitamine A. Hij bevat ook een polyfenool tannine, oenotheïne B, dat een immuun regulerende en schimmelwerende werking vertoont.

Synoniemen: Chamaenerion angustifolium, Epilobium angustifolium, Epilobium spicatum.

Andere namen:
Fireweed, great willow-herb (Engels), Épilobe en épi, Épilobe à feuilles étroites, Laurier de Saint-Antoine (Frans), Schmalblättriges Weidenröschen, Stauden-Feuerkraut, Waldweidenröschen, Waldschlagweidenröschen (Duits).

Dit artikel beantwoorden