Homepagina > Ingrediënten > Kruiden > Vergeten kruiden > Witte dovenetel [Lamium album]

Witte dovenetel [Lamium album]

dinsdag 16 juni 2015, door wim

De witte dovenetel (Lamium album) is vrij algemeen in Europa. Je vindt hem op vochtige, voedselrijke grond in bermen, in weilanden en in lichte loofbossen. Het is een overblijvende plant, die ondergronds ver vertakte uitlopers maakt. Zowel stengels als bladeren zijn behaard en de plant wordt soms tot anderhalve meter hoog, met mooie klokvormige witte bloemen die verschijnen van april tot oktober. De zaadjes bevatten een mierenbroodje, ze worden dus door mieren verspreid.

Witte dovenetel is populair bij bijen en hommels, maar is ook een gastplant voor de rupsen van heel wat soorten vlinders, zoals de Zwartgevlekte herfstuil, de Grote beer, de Agaatvlinder, de Glidkruidmot, de Sigma-uil en de Koperuil.

JPEG - 1.3 MB

De jonge scheuten kunnen in soep en salades worden verwerkt. Verder kan je ze net als spinazie klaarmaken.

Het sap van de dovenetel helpt de pijn te verzachten als je door een echte brandnetel geneteld bent. De thee van gedroogde of verse bladeren wordt gebruikt bij nierklachten en zou ook opwekkend werken. In de Engelse literatuur ter zake heeft men het over een destillaat van de bloemen die als aanbeveling meekrijgt "to make the heart merry, to make a good colour in the face, and to make the vital spirits more fresh and lively". Een precies recept voor dit destillaat is echter niet terug te vinden.

De bloemen bevatten twee glycosiden : lamalboside en acteoside, een flavonool, p-coumaroylglucoside, tiliroside, chlorogeenzuur en nog wat rutoside, quercetine en kaempferol 3-O-glucoside.

Lamiridosines, zoals lamalboside, maar meer bepaald Claudin-1, die uit de bloemen gewonnen werden, zouden een beloftevol antiviraal middel tegen hepatitis-C kunnen gaan vormen in de toekomst.

De plant bevat verder nog een iridoid glycoside, lamalbid, alboside A en B, en caryoptoside en een hemiterpene glucoside: hemialboside.

Andere namen:

Deze plant heeft heel veel volksnamen. In Friesland heet hij "Adam en Eva", op andere plaatsen honingbloem, melkbloem, melksuger, zuignetel, hommelwortel, zoete netel, suikertje, engeltjeseten, hondsnetel en tamme of witte tingel.

White Dead-nettle, White archangel (Engels), Ortie blanche (Frans), Weiße Taubnessel (Duits).

Dit artikel beantwoorden